Rosse_metselbij_Osmia_bicornis_MReemer_M_20170408_Leiden_Wasstraat2_BEW2
EIS

Wilde bijen zijn superbestuivers

Met de stijgende temperaturen kan het ieder moment gebeuren: de appel- en perenbloesem staat op knallen! Dan is het wel zo lekker als er precies op dat moment ook voldoende insecten rondvliegen om de bloemetjes te bestuiven. Want: zonder insecten, geen fruit! 

Een metselbij bestuift evenveel bloemen als 100 honingbijen

"Metselbijen zijn superbestuivers", zegt Lucien Calle, insectendeskundige van Landschapsbeheer Zeeland. "Omdat ze zo snel en vooral 'slordig' te werk gaan, morsen metselbijen veel meer stuifmeel dan honingbijen. Daardoor bestuift een metselbij evenveel bloemen als ongeveer honderd honingbijen." Voor de fruitteelt is dat van groot belang. Met 10 duizend cocons van metselbijen in haar boomgaard, heeft perenteler Krijger dus dezelfde capaciteit in huis als een miljoen honingbijen, ofwel een kleine honderd bijenvolkeren.

Geen concurrentie

Metselbijen vormen geen probleem vormt voor andere wilde bijen. "Ten eerste vliegen deze bijen hooguit een paar honderd meter. Ze komen dus ook niet ver buiten de boomgaard. Ze vliegen ook maar heel kort. Wanneer die vliegperiode precies samenvalt met de bloei van het fruit, dan is er zó veel stuifmeel voor handen, dat andere wilde bijen daar geen problemen van ondervinden."

Lucien Calle - specialist wilde bijen
Lucien Calle - specialist wilde bijen

Bestuiving van perenbomen stimuleren

Lucien Calle van onze collegastichting in Zeeland breekt een lans voor alle andere bestuivers. "Met het project 'Meer natuur voor pittig fruit' proberen we de natuur en de insecten op alle mogelijke manieren te stimuleren. Het is bekend dat een grotere diversiteit van bestuivers de oogst ook echt ten goede komt."

Perenteler Krijger kan dat beamen. "Hoe beter de bestuiving, hoe boller de peren. Als er te weinig bestuivers rondvliegen, krijg je veel dunnere peren dan wanneer je veel insecten in je boomgaard hebt!". Om dat beter in de hand te houden oogst zij In het najaar cocons van metselbijen uit speciale bijenhotels die ze in haar boomgaard heeft opgehangen. Nadat ze zorgvuldig de mijten en andere parasieten van de cocons heeft afgespoeld, verdwijnen de cocons in de koelkast, waar ze in winterrust gaan. Ongeveer twee weken voordat Krijger denkt dat de bloesem in bloei gaat komen, haalt ze de cocons er weer uit en legt ze die in opengeknipte melkpakken, achter gaas (tegen de vogels) weer in de boomgaard. "Met een beetje geluk komen ze dan precies op het moment dat de bloesem bloeit uit hun cocons".