Vrijwilligers en gemeente in Zwolle actief voor de sleedoornpage
De sleedoornpage is een warmbruin-met-oranje vlinder met een bijzondere eigenschap: het is de enige vlinder van de rode lijst die ook buiten natuurgebieden leeft. Zo komt hij veel voor in Zwolle. De gemeente Zwolle, de Rova en vrijwilligers van verschillende groene organisaties zetten zich samen in voor een veilige toekomst voor de sleedoornpage.
Om te begrijpen hoe je de sleedoornpage kunt helpen, moet je zijn levenscyclus kennen. Aan het eind van de zomer legt het vrouwtje eitjes op de takken van de sleedoorn. De minuscule witte eitjes zitten alleen of met enkele bij elkaar vast op jonge takken van de struik. In het vroege voorjaar, als de sleedoorn gaat bloeien, komen de eitjes uit. De rupsjes voeden zich aanvankelijk met het binnenste van de bladknoppen; zodra die openspringen kruipen ze naar binnen. Later leven ze ook buiten de knoppen. Ze eten dan van de bladeren met de verse bloemen en later het jonge blad van de sleedoorn. Uiteindelijk verpoppen ze zich in de bodem onder de struik en komen eind juli als vlinders tevoorschijn.
Beheerplan voor sleedoorns
Wie de sleedoornpage wil helpen, moet dus sleedoorns planten en verzorgen. Daarom hebben de gemeente Zwolle en de uitvoeringsorganisatie ROVA in 2021 een beheerplan gemaakt, in samenwerking met de insectenwerkgroep Zwolle en de Vlinderstichting. Doel van het beheerplan is om de bosjes met vitale sleedoorns te herstellen, zodat ze voldoende jonge takken hebben. Dat moet zorgen voor een toename van het aantal eitjes. Dit beheerplan is inmiddels afgelopen, maar er wordt gewerkt aan een vervolg.
Eitjes tellen
Hoe weet je nu of het goed gaat met de sleedoornpages in Zwolle? Martin Wolters, contactpersoon namens de insectenwerkgroep: “Door de eitjes te tellen. We tellen al twintig jaar in dezelfde gebieden de eitjes volgens de meetnetmethode van de Vlinderstichting. We beginnen eind november, begin december en gaan met tellen door tot de sleedoorn in maart gaat bloeien."
Martin: “Vorig jaar, in 2025, was Zwolle de nummer één-locatie van Nederland. Dat komt ook doordat ons telgebied steeds groter wordt dankzij het groeiende aantal vrijwilligers. Zo kunnen we steeds meer telgebiedjes meenemen. Dat geeft meer inzicht in de beweging van de vlinder. We hebben een kerngroepje van tien tot vijftien mensen, maar vorig jaar telden er 33 vrijwilligers mee. Dat zijn allerlei soorten mensen, tot uit Drente aan toe.”
Het gaat om de trend
Hoe tel je stipjes van een millimeter doorsnee? Martin: “Als de bladeren zijn afgevallen gaan we de struiken langs. Bij elk eitje dat we vinden, knopen we een biologisch afbreekbaar touwtje om de tak. Zijn het meer eitjes, dan wikkelen we het touwtje evenzoveel keer om de tak. Zo tel je elk eitje maar één keer. Het duurt een paar minuten om een struik te tellen. We hebben niet de illusie dat we alles tellen; het resultaat is mede afhankelijk van de ervaring en kennis van de tellers. Het gaat om de trend.”
Hulp van de Vliegende Brigade
Onderdeel van het beheerplan van Zwolle voor de sleedoornpage was onderhoud van de sleedoorns in de gemeente. De struik moet de ruimte hebben, maar wordt soms weggedrukt door ander groen. Ook leggen de vlinders het liefst in de zon aan de zuidkant. Daarom moeten andere struiken en bomen soms worden weggehaald. Daarvoor zorgt Rova.
Bovendien moeten de sleedoorns regelmatig gesnoeid worden. Hun takken verharden namelijk na een paar jaar tot stekels die niet meer uitlopen en bloeien. Dankzij snoei kunnen er nieuwe takken groeien waarop de vlinder haar eitjes legt. Maar wie snoeit, loopt ook kans om takken met eitjes weg te halen. Dat moet dus met beleid worden aangepakt.
Martin: “Als je een oude struik bij de grond weghaalt, loopt hij weer uit. Maar als de struik nog goed is moet je zorgvuldig snoeien: steeds een derde van de oude takken weghalen, maar de struik behouden. Rova heeft geen budget voor zo’n tijdrovende klus. Daarom heeft de stadsecoloog de Vliegende Brigade van Landschap Overijssel ingeschakeld. Die vrijwilligers weten van aanpakken en hebben vorige winter een maatwerksnoei uitgevoerd. Dat heeft veel sleedoorns weer licht en ruimte gegeven. Als we deze winter gaan tellen, weten we wat het resultaat is geweest.”
Insectenliefhebbers welkom!
Wil je meehelpen met tellen of je op een andere manier inzetten voor insecten? Bij de insectenwerkgroep van IVN/KNNV is iedereen welkom die iets voor insecten wil doen. De Facebookpagina van de insectenwerkgroep geeft een beeld van de activiteiten. Neem contact op via https://zwolle.knnv.nl/insectenwerkgroep/ of stuur een mailtje naar insecten@ivnzwolle.nl