Blessen, de taal van de bosbouwers
Je ziet ze vaak, met verf aangebrachte markeringen op bomen in het bos. De ene keer een blauwe stip, de andere keer een oranje streep of een kruis. Wat doen die tekens daar en wat betekenen ze?
Het is de taal van de bosbouwers. Elk teken, een zogeheten bles, heeft een andere betekenis. Met die tekens weten de uitvoerders en de bosbouwers welke bomen omgehakt moeten worden, welke bomen moeten blijven staan, welke bomen afgevoerd moeten worden of juist moeten blijven liggen nadat ze gekapt zijn, enzovoort.
In dit artikel een kijkje achter de schermen van het goed en vakkundig beheren van bossen.
Wat is blessen en hoe werkt het?
De tekens vertellen de uitvoerder precies wat de beheerder graag gedaan wil hebben. Het aanbrengen van de markering op de boom noemen we ‘blessen’. Blessen kan op verschillende manieren. Vroeger werd vaak een blesmes gebruikt waarmee in het schors een markering werd aangebracht, maar tegenwoordig gebruikt men meestal een verfmarkering. Ten eerste is dat van een afstand het beste zichtbaar voor degene die het werk moet uitvoeren. Daarnaast gaat het aanbrengen van de markering sneller.
Op onderstaand schema zie je de meest gebruikte blestekens.
Waar wordt op gelet bij het blessen?
Dat blessen is een speciaal werkje. De rol van de blesser is dan ook heel belangrijk. Degene maakt de vertaling van de visie van de boseigenaar/beheerder. De blesser moet dus goed begrijpen wat het beoogde doel is met het bos. Dat vraagt een goede afstemming.
Wat is de (potentiële) rol van iedere boom? Wat heeft die boom dan nodig om die rol te kunnen vervullen? Denk daarbij aan hoe snel de soort groeit, hoeveel licht hij nodig heeft etc.
Moet een bos uitgedund worden om meer licht in het bos te krijgen, dan ontstaan er ook kansen voor struiken en kruiden. Dat draagt allemaal weer bij aan de biodiversiteit van het bos. Dat is belangrijk, want als het ecosysteem op orde is functioneert het bos het beste.
Andere tekens
Soms zie je ook andere tekens, bijvoorbeeld een rood-wit lint dat een dode boom markeert. Of iets anders speciaals in het terrein dat beschermd moet worden. Dat zijn dan weer speciale tekens die vooraf met de uitvoerder zijn besproken.
Zo’n dode boom moet dan bijvoorbeeld blijven staan omdat dat goed is voor de biodiversiteit. Want dood hout leeft! Er huizen allerlei beestjes in en spechten gebruiken vaak dode bomen voor hun nesten. Dode bomen verbeteren ook het bodemleven: schimmels, bacteriën en insecten breken het hout af en maken de voedingsstoffen beschikbaar.
Weerstand tegen kappen
Als er bomen gekapt worden, stuiten natuurorganisaties en bosbouwers op veel weerstand. “Bomen zijn zo belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan. Waarom kappen jullie dan?”, is de vraag.
Het antwoord daarop kan heel verschillend zijn. Soms is het vanwege de biodiversiteit, een minstens zo belangrijk onderwerp. Je wilt bijvoorbeeld andere soorten meer ruimte geven. Of ruimte bieden aan struiken aan de randen van een bos, zodat daar bijzondere soorten (vlinders en insecten) een nieuwe plek krijgen.
Een andere keer is het om het bos gezond te houden, bijvoorbeeld via uitdunning. Veiligheid voor bezoekers kan ook een reden zijn, vooral langs paden en lanen.
De huidige droogte heeft ook duidelijk gemaakt dat sommige bomen, zoals beuken, te gevoelig zijn voor droogte. Andere zijn brandgevaarlijk, bijvoorbeeld naaldbomen. Onze bossen worden dus ook meer toekomstbestendig gemaakt.
We hopen dat dit artikel duidelijk heeft gemaakt dat eigenaren/beheerders heel zorgvuldig met dit proces omgaan.
Bosbeheer in de praktijk
We besluiten dit artikel met een serie foto’s over bosbeheer.